Windenergie op zee: goed voor duizenden banen in Nederland

By Chris Westra on

Nederlandse bedrijven, kennis- en opleidingsinstituten zoals ECN hebben een gouden toekomst als kansen worden benut en slim wordt geïnvesteerd in de ontwikkelingen van windenergie op zee. Windenergie op zee kan uitgroeien tot een nieuwe sterke economische activiteit voor Nederland met duizenden nieuwe banen.

Dat staat in het nieuwe programma “Wind op zee”, dat vandaag is gepubliceerd en aan de Haagse politici zal worden aangeboden. Ecologie, recycling van windturbine materialen, opleiding en training, schone schepen en Europese samenwerking zijn ingrediënten van het programma. Binnen het regeerakkoord moet windenergie op de Noordzee een rol spelen om de Europese doelstelling van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren.

Het programma “Wind op zee” is geschreven op initiatief van ATO, ECN en het Maritime Campus Netherlands met bijdragen van TNO, TU Delft, Imares, Cofely en We@Sea. Het beschrijft een integrale aanpak door kennis-, onderwijsinstituten en bedrijfsleven waarbij duizenden nieuwe banen worden gecreëerd. Het hoogstaande niveau van de Nederlandse offshore kennis, opleiding en trainingen, de sterke internationale positie van de Nederlandse offshore bedrijven en de geschikte havens geven Nederland een unieke kans. Die kans moet worden benut, want Nederland is gehouden aan 20% duurzame energie in 2010. Windenergie op zee kan aan deze doelstelling een grote bijdrage leveren want:

Windturbineparken op zee leveren voor Nederland:

  • voldoende relatief goedkope schone elektriciteit (CO2-vrij)
  • duizenden blijvende banen
  • nieuwe duurzame economische activiteiten

De toepassing van windenergie op zee moet gebeuren met innovaties op het gebied van:

  • schone schepen
  • onderhoud en exploitatie
  • nieuwe offshore elektrische infrastructuur (Europees offshore Net)
  • milieuvriendelijke en makkelijk herbruikbare materialen (“cradle to cradle”)
  • ecologisch verantwoorde:
    • locaties
    • funderingen
    • installatie-, onderhoud- en ontmantelingmethoden

Windenergie kan en moet groener.

Het Kennis en Innovatie Agenda (KIA-) programma “Wind op zee” (KIA programma Wind op Zee, eindredactie: Hans Bais, Chris Westra en Marja Doedens) sluit goed aan op het advies van de Taskforce “Windenergie op Zee” (Rapportage Windenergie op Zee, eindredactie: Dr. Ir. A.W. Veenman, auteurs: Ir. A.B. van der Hem en Ing. Th. J. Kramer) aan het ministerie van Economische Zaken en andere nationale en Europese onderzoek¬programma?s.

Het KIA-programma legt het accent op de interactie tussen onderzoek, onderwijs en ondernemers, kennisvalorisatie en werkgelegenheid en op de vergroening van windenergiesector. Windenergie op zee kan een nieuwe sterke economische sector in Nederland worden.

Belangrijke aanbevelingen van de Taskforce zijn:

  • publiekprivate samenwerking is noodzakelijk om de kapitaalkosten te drukken,
  • de concessietermijn voor windturbineparken moet worden verlengd tot 40 jaar om over langere tijd te kunnen afschrijven,
  • het weergeven van de doelstelling in opgewekte hoeveelheid elektriciteit, terawatturen (TWh), in plaats van het opgestelde vermogen in megawatt (MW).

Het formuleren van een doelstelling in opgesteld vermogen is minder zinvol. “Je stimuleert innovatie door de doelstelling te vertalen in hoeveel schone energie je wilt produceren in plaats van hoeveel vermogen je opgesteld wilt hebben”, zo zegt Aad Veenman, voorzitter van de Taskforce, “en innovatie verlaagt de kosten, zo simpel is het”. Verder zegt hij: “We hebben berekend dat bij uitvoering van onze tien aanbevelingen deze samen kunnen leiden tot een relatieve besparing van 4 tot 5 miljard euro, het creëren van een groot aantal banen en het versterken van de Nederlandse offshore industrie”.

“Wij zijn er van overtuigd dat samenhangende activiteiten binnen een integraal programma na grondige evaluatie op meerdere locaties tot substantiële toename van de economische activiteit zullen leiden. Het gaat daarom niet over “of-of” maar over “en-en””, zegt Cees van Duyvendijk, oud lid van de Raad van Bestuur van TNO en voorzitter van de Maritime Campus Netherlands. De heer van Duyvendijk zegt ook, dat “een gerichte en samenhangende integrale nationale aanpak noodzakelijk is en dat dit programma tot een succesvolle innovatieve en economische impuls op het gebied van Offshore Wind kan leiden”.

Voor informatie over het KIA programma:
Hans Bais, directeur ATO tel. 0223 ? 670 340 (bais@ato.nl).
Chris Westra, directeur We@Sea tel: 0653448621, of
Marja Doedens directeur Maritime Campus Netherlands tel. 0620133175

Voor informatie over het rapport van de Taskforce :
Albert van der Hem tel. 06-1330 4177.

Downloads:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>